Pompompom

Omdat ik nogal schrikkerig van aard ben mag niemand mij onverwachts benaderen. Als dat toch gebeurt dan spring ik een gat in de lucht en niet van blijdschap. Mijn hart geeft zo’n harde slag dat buitenstaanders dat vast kunnen horen. Ik vind het fijn om gewoon ontspannen of ingespannen bezig te zijn zonder het idee dat ik mij wezenloos kan schrikken van wat en wie dan ook.

Het leven is al spannend genoeg. Dus als ik wat zit te mijmeren, te lezen of ik ben aan het koken, slapen of andere heel belangrijke dingen doe dan wil ik niet heel de tijd rond hoeven kijken of er iemand in de buurt is die dat gaat verstoren.

Ik doe geen verboden dingen, ik haal geen kattenkwaad uit, heb ook geen slecht geweten, ik doe gewoon. Niks bijzonders, geen hoogdravende dingen, niets waar de wereld op zit te wachten, geen baanbrekend werk, ik doe gewoon mijn eigen ding. En dat wil ik graag zo blijven doen zonder dat ik naar adem hoef te happen van schrik, zonder dat ik iemand in een reflex een stoot voor zijn kanis geef.

Het is vast gekomen door mijn kleine broertje vroeger. Die ging altijd achter de deur staan en riep hard boe als ik als dromende of alweer inlove-puber de trap opkwam. Ook toen werkte mijn reflexen goed want ik mepte hem met mijn pukkel/mijn schooltas van toen.  Waarom dat ding zo heette weet ik ook niet, ik weet alleen dat je zo’n stoer ding had om erbij te horen en dat je je boeken moest kaften omdat ze vreselijk beschadigden in zo’n ruwe tas. En door al die klappen uitdelen werden ze er ook niet beter op.

Mijn broertje leerde er niets van en liet mij iedere dag wel een keer schrikken. En ik bedacht iedere dag hoe ik hem terug zou pakken. Tot op de dag van vandaag is me dat nog niet gelukt.

Nu heb ik met mijn lief een tijd geleden afgesproken dat hij zich zou melden als hij er aan kwam. We hebben het er uitvoerig over gehad wat de mogelijkheden zijn om zijn aanwezigheid kenbaar te maken. Fluiten was een mogelijkheid. Maar er fluiten zoveel mensen die voorbij fietsen dus dat viel af want dan moest ik op gaan letten of het zijn gefluit was en zou ik dat wel herkennen?

De deur hard in het slot gooien? Dat vond ik te ruzieachtig, net of wij ruzie hadden.

Zingen? Roepen? Pompompom moest het worden. Dat zijn geen harde klanken waar ik van kan schrikken, het is lang genoeg om hem aan te horen komen van de voordeur naar mij toe en het is kort genoeg om het voor de thuiskomer ook nog een beetje leuk te houden.

Het gaat vaak goed, ik kijk blij op als hij thuis komt en de ontspanning is weer terug, ik hoef niet heel de tijd op scherp te staan.

Op een zonnige dag zit ik ontspannen in de tuin thee te drinken en een appel te eten. Als ik gevoed en gelaafd ben ga ik de aarbeitjes uit de grond kijken. Ze staan achter het tuinmuurtje en ik zit daar op mijn hurken in ons paradijs mij nog wat te verbazen over al dat moois dat de Schepper geschapen heeft. Ik schep wat aarde, plant wat planten en peins of mijn gebloemde tuinhandschoenen mijn nagels wel genoeg beschermen.

En of die rode bloemen wel bij die paarse kunnen of zou dat vloeken. Dat wil ik niet want van vloeken hou ik niet.

POMPOMPOM! Ik schrik me een hoedje, spring op en dat is niet zo goed voor mijn bloeddruk en word rood en dan wit en dan weer rood. Van kwaadheid! Wie doet nu zo iets? Wie haalt het in zijn stomme hoofd om mij zo te laten schrikken? Welke lomperik ziet niet dat ik in gedachte ben?

Over het muurtje kijkt mijn geliefde mij verliefd aan. “Ik zei toch pompompom”?

Hij bleef het toch een beetje gek vinden, dat schrikken en misschien het aankondigen dat hij thuis is ook. Maar nu is er op zijn werk ook zo’n schrikachtige. Een collega die ook van hem schrok toen hij haar kamer binnenliep.

En nu moet hij op zijn werk ook pommen.

Hexameters
Vergilius schrijft dactylische hexameters. Maar van deze vertalingen zijn er twee jambisch (van Wilderode en d’Hane-Scheltema): respectievelijk zes- en zeven-voetig pomPOMpomPOM enzovoort. De andere twee zijn dactylisch: POMpompomPOMpompomPOMpompom/POMpompomPOMpompomPOMpom…, waarbij pompom door pom kan worden vervangen. Deze kakofonie van pommen maakt één ding duidelijk: het gaat bij de Nederlandse metriek om de variatie tussen beklemtoonde (POM) en onbeklemtoonde (pom) lettergrepen. Bij Latijnse metriek gaat het echter niet om de klemtoon, maar om de lengte van de lettergrepen. Een Latijnse hexameter klonk dus als LANGkortkortLANGkortkortLANG….

http://www.nrcboeken.nl/recensie/vergilius-en-andere-problemen-is-het-pompompompom-of-toch-pompompom-p-vergilius-maro-aeneis

Misschien leuker om te bekijken: http://www.youtube.com/watch?v=JF_9Db7zcB8

en deze niet te vergeten: http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=519425

Advertisements